Go back to all articles

Cortisol

Naam bepaling: Cortisol  Eenheid: Âµg/dl  Referentiewaarden: 6.2 – 19.4 µg/dl (s ochtends in serum)  Klinische betekenis:   Synthese van de voornaamste glucocorticosteroïd cortisol vindt plaats in de bijnierschors in een hoeveelheid van 24 – 40 mg/dag. In bloed is cortisol voor 95% gebonden aan cortisol bindend globuline en in mindere mate aan albumine.   De cortisolstatus van een patiënt wordt gebruikt voor de diagnose van de werking van de bijnier, de hypofyse en de hypothalamus. Serum cortisol concentraties worden hierbij gebruikt voor het monitoren van zowel ziekten als gevolg van overproduktie (vb. Syndroom van Cushing) als onderproduktie (bv. ziekte van Addison).  Normaal varieert het serum cortisol concentratie gedurende de dag. Maximale concentraties worden vroeg in de ochtend bereikt en nemen dan af gedurende de dag naar een avond niveau gelijk aan de helft van de ochtend concentratie. Daarom is het voor de interpretatie van de uitslagen belangrijk om het tijdstip van de monsterafname te weten.  Gebonden cortisol wordt in glucuronide of sulfaatvorm via de nier verwijderd. Alleen het vrije hormoon kan de glomerulus passeren, maar wordt voor een belangrijk deel door de tubulus geresorbeerd. De cortisol uitscheiding in urine weerspiegelt de concentratie van de vrije fractie van cortisol in bloed en is daardoor een uitstekende maat om overproduktie van cortisol, zoals bij het syndroom van Cushing aan te tonen.  Verlaagde cortisol waarden wijzen op bijnierschors insufficiëntie of het bestaan van het androgenitaal syndroom. Ingangsdatum:  Cobas 6000, electrochemiluminiscentie immunoassay; competitieve principe. Zie SOP Cobas 6000.  Matrix:  Serum en urine.  Volume:  Bij de analyse gebruikte hoeveelheid monster 10 ÂµL.  Frequentie:  2x per week  Voorbereiding:  Afname bij voorkeur in de vroege ochtend.  Afnamecondities:  KT Transportcondities:  KT