Go back to all articles

Eosinofielen

Naam bepaling: Eosinofielen  Eenheid: /µL  Referentiewaarden: 40 – 400 /µL  Klinische betekenis:   Eosinofiele granulocyten ontwikkelen zich uit de hematopoëtische stamcellen in het beenmerg. De voorloper van de eosinofiele granulocyt is de eosinofiele myelocyt. In alle stadia van differentiatie hebben eosinofiele granulocieten grote, heldere oranjerode korrels. De korrels bevatten allerlei stoffen die na activering van de eosinofielen worden uitgestoten en in de directe omgeving werkzaam zijn. De eindorganen voor de eosinofiele granulocyten zijn de longen, de huid en de darmen. Hun belangrijkste functies zijn een regulerende rol bij allergische reacties en het vernietigen van parasieten, in het bijzonder wormen.  Verhoogde eosinofielen, eosinofilie (400 Ã  500 /µl) komt voor o.a. bij allergische reacties zoals astma, hooikoorts, voedselallergie, overgevoeligheid voor geneesmiddellen en bij sommige huidziekten.   Sterke eosinofilie komt voor bij parasitaire infecties. Extreem verhoogde concentraties eosinofielen duiden meestal op een chronische myeloproliferatieve ziekte of het eosinofiel syndroom.   Bij gezonde personen worden nauwelijks eosinofielen in bloed gevonden, zodat eosinopenie (verlaagde eosinofielen) eigenlijk niet bestaat.  Ingangsdatum:  XE-2100 Sysmex, Flowcytometrie met gebruik van   semiconductor laser. Zie SOP XE-2100 Sysmex, maart 2008  Zie SOP Sysmex XN-10, 2017  Matrix:  EDTA volbloed.  Volume:  Bij de analyse opgezogen hoeveelheid monster:- manual en capillary mode 130 µl- sampler/closed mode 200 µlhiervan wordt 4 µl gebruikt voor de bepaling  Frequentie:  Dagelijks.  Voorbereiding:  NVT Afnamecondities:  KT Transportcondities:  KT