Go back to all articles

hs Troponine T

Naam bepaling: hs Troponine T  Eenheid: pg/ml  Referentiewaarden: < 14.0 pg/ml  Klinische betekenis:   Troponine maakt onderdeel uit van de dunne filamenten van dwarsgestreept spierweefsel. Het speelt een rol in het mechanisme van spiercontractie en spierrelaxatie. Er zijn drie verschillende troponines: troponine C, I en T.  Troponine komt zowel in skelet- als in hartspierweefsel voor. De aminozuursamenstelling van troponine I en troponine T in skeletspierweefsel is anders dan die van troponine I en troponine T van hartspierweefsel. Cardiale troponine I- en troponine T moleculen kunnen dus specifiek gemeten worden en zijn beide geschikt als marker voor hartschade. In geval van acuut myocard infarct stijgen de troponine gehaltes in serum ongeveer 3-4 uren na het ontstaan van cardiale symptomen. Troponine T kan 14 dagen lang verhoogd blijven. Troponine T is dus uitermate geschikt voor de detectie van hartschade bij patiënten die al enkele dagen klachten hebben. Een hernieuwde stijging (> 50 – 80%) van Troponine T bij een patiënt kort na een eerste infarct duidt op een tweede infarct. Naast het vaststellen/uitsluiten van hartschade in de acute situatie is de Troponine T waarde een onafhankelijke risicostratificator bij patiënten met pijn op de borst: de hoogte van de Troponine T waarde in bloed is een maat voor de kans op het doormaken van een ischemisch ‘event’ gedurende de eerstvolgende weken en voor de kans op overlijden.  Met de invoering van de Troponine T bepaling wordt het meten van conventionele hartmerkers (CK-totaal, CKMB-activiteit, ASAT en LD) met als doel vaststellen/  uitsluiten van hartschade steeds minder toegepast. Ingangsdatum:  Cobas 6000, electrochemiluminiscentie (ECLIA); sandwich methode. Zie SOP Cobas 6000  Matrix:  Serum  Volume:  Bij de analyse gebruikte hoeveelheid monster 15 ÂµL.  Frequentie:  Dagelijks.  Voorbereiding:  NVT Afnamecondities:  KT Transportcondities:  KT