Go back to all articles

Semen analyse

Naam bepaling: Semen analyse  Eenheid: Volume: ml pH: waardeMotiliteit: % Progressieve motiliteit (PR): % Vitaliteit: % Concentratie:106/ml  Totaal aantal spermatozoa 106 per ejaculaat Morfologie: %  Referentiewaarden: Volume : > 1.5 mlpH  : » 7.2Motiliteit : Totale motiliteit (PR en NP) > 40%    Progressieve motiliteit (PR) > 32%Vitaliteit : > 58%Concentratie : > 15 X 106/ml    Totaal aantal spermatozoa > 39 X 106 per ejaculaatMorfologie : > 4% normaa  Klinische betekenis:   Deze procedure beschrijft de analyse van semen om de mate van een andrologische subfertiliteit vast te stellen door middel van de beoordeling van verschillende kenmerken van het zaad. Het analyseren van semen op voorkomende afwijkingen in relatie tot de mannelijke fertiliteit, ter bepaling van een adequate therapie voor subfertiliteit (bijvoorbeeld intra-uteriene inseminatie (IUI), in-vitro fertilisatie (IVF) of intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)) of ter controle van een vasectomie/vasostomie.   Het semen wordt conform de WHO-criteria (vijfde editie, 2010) onderzocht op:    2.1  Aspect  Een normaal semenmonster heeft een opaalachtig(melkachtig) grijs aspect welke na vervloeiïng een homogene consistentie heeft. Bij een verlaagde concentratie zaadcellen is het aspect minder melkachtig. Een rood-bruin aspect wijst op bloedbijmenging (hemospermie). Een gelig aspect kan wijzen op urinebijmenging, hepatitis of het gebruik van bepaalde vitamines en/of medicijnen.    2.2  Volume  Het volume van semen is voor circa 30% afkomstig van de prostaat met Cowpler klieren (voorste fractie). Het aandeel vanuit de testis (o.a. de spermatozoa) is klein en bevindt zich gewoonlijk in de eerste fractie van het ejaculaat. De resterende 70% van het volume van semen is afkomstig uit de zaadblazen (laatste fractie van het ejaculaat). Een accurate meting van het volume is belangrijk om zo het totaal aantal spermatozoa(zaadcellen) en overige cellen in het ejaculaat te kunnen berekenen.  Een verlaagd volume kan wijzen op een onvolledige verzameling, een gedeeltelijke retrograde ejaculatie of androgene deficiëntie. Een verhoogd volume kan wijzen op urinebijmenging.     2.3  pH  De pH van het ejaculaat wordt bepaald door de combinatie van de pH’s van de zaadblazen en de prostaat.  De pH van de prostaatexcreet is 6.8 – 7.2, terwijl dat van de zaadblazen wat hoger ligt. Bij een prostatitis is de pH van het ejaculaat licht alkalisch 7.5 – 8.0. De combinatie van azoöspermie (geen zaadcellen in het ejaculaat) en een pH lager dan 7.0 wijst op een obstructie van de tractus ejaculatorus of congenitale bilaterale afwezigheid van de vas deferens.    2.4  Viscositeit  Na ejaculatie vindt een onmiddellijke coagulatie van het semen plaats als gevolg van een interactie tussen de seminogelines.  PSA is verantwoordelijk voor de vervloeiïng. Een visceus ejaculaat kan een gevolg zijn van een disfunctionerende prostaat. Hoge viscositeit kan storend zijn bij het bepalen van motiliteit, concentratie en aanwezigheid van anti-sperma antilichamen. De eventuele aanwezigheid van gel-achtig materiaal en slijm heeft geen fysiologische/klinische betekenis.    2.5  Motiliteit  De motiliteit(beweeglijkheid) van zaadcellen wordt als belangrijk parameter beschouwd voor het fertiliserend vermogen van het zaad. De mate van progressieve semen motiliteit is gerelateerd aan zwangerschapratio.  De motiliteit kan onderverdeeld worden in drie klassen:  Progressieve motiliteit (PR)  Niet-progressieve motiliteit (NP)  Immotiliteit (onbeweeglijk) (IM)  Een verlaagde motiliteit kan wijzen op verkeerde transport- en/of bewaarcondities, depletie van energie leverende componenten of defecten op cellulair niveau.     2.6  Vitaliteit  Vitaliteit van het semen wordt onderzocht door de membraanintegriteit van zaadcellen te beoordelen. Een verlaagd aantal levende spermatozoa kan duiden op verkeerde transport- en/of bewaarcondities, energie depletie of afwijkingen op cellulair niveau.    2.7  Concentratie  Een verlaagd aantal spermatozoa kan wijzen op een verminderde fertiliteit, maar ook op onvolledige verzameling.    2.8  Morfologie  Door het hanteren van specifieke criteria voor het beoordelen van morfologische kenmerken van de spermatozoa is er in diverse studies een verband gelegd tussen het percentage normale vormen en diverse fertiliteitseindpunten (bijvoorbeeld tijd tot zwangerschap, in vivo- en in vitro zwangerschapsratios).    2.9  Overige cellulaire elementen  In het semen komen naast spermatozoa ook andere cellulaire elementen voor waaronder voorstadia van spermatozoa, epitheelcellen, leukocyten, erytrocyten,  cytoplasmadruppels en micro-organismen. Ingangsdatum:  Sperma materiaal wordt door middel van microscopie onderzocht op aspect, volume, pH, viscociteit, motiliteit, vitaliteit, concentratie, morfologie en de aanwezigheid van overige cellulaire elementen.  Matrix:  Sperma thuis geproduceerd door de patient door middel van masturbatie. Alle geproduceerde sperma moet opgevangen worden. Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van afname materiaal aangeleverd door het laboratorium. Het materiaal moet binnen 1 uur na a  Volume:  Minimaal 2 ml  Frequentie:  1x per week  Voorbereiding:  2 tot 7 dagen voorafgaand aan dit onderzoek geen zaadlozing hebben.  Afnamecondities:  Materiaal afnemen d.m.v. masturbatie. Het sperma niet uit de schede (vagina) opvangen na gemeenschap. Vang het sperma ook niet op in een condoom,  omdat dit zaaddodende stoffen bevat.  Transportcondities:  Zoveel mogelijk op lichaamstemperatuur (37 °C) houden. Bijvoorbeeld door het materiaal tegen het lichaam aan te houden.