Go back to all articles

Thyroidstimulerend hormoon (TSH)

Naam bepaling: Thyroidstimulerend hormoon (TSH)  Eenheid: ÂµIU/ml  Referentiewaarden: 0.27 – 4.2 µIU/ml  Klinische betekenis:   TSH is een uit de hypofysevoorkwab afkomstig eiwithormoon.   Het is een glycoproteïne bestaande uit een -keten (deze komt ook voor bij  FSH en LH) en een specifieke -keten. De afgifte van TSH staat onder een negatieve feedback controle van T3, dat ter plekke uit T4 wordt gevormd. Stimulatie van de TSH-afgifte wordt verzorgd door TRH (thyrotropin releasing hormone), een tripeptide uit de hypothalamus. TSH bindt aan TSH-receptoren van de schildkliercellen en stimuleert de groei van de schildklier en de productie en afgifte van T4 (en in geringe mate T3).   In feite regelt TSH de fysiologisch actieve fractie van T4, vrij T4 (FT4) en kan de TSH-spiegel in bloed als een perifere indicator van FT4 beschouwd worden.   Een hoge TSH bij een goed regelmechanisme duidt op een tekort aan FT4 en een lage TSH op een overmaat. Vaak worden door dit regelmechanisme geringe afwijkingen in de schildklierfunctie gecompenseerd. Als het compensatiemechanisme te kort schiet, ontstaan bij een verlaagde FT4 klinische hypothyreoïdie met een sterk verhoogde TSH en bij een verhoogde FT4 klinische hyperthyreoïdie met sterk verlaagde tot niet aantoonbare TSH-concentraties. Bij patiënten die een lange tijd aan een lage of hoge FT4 -concentratie zijn blootgesteld leidt behandeling niet onmiddellijk tot normalisatie van de TSH. Het kan weken tot maanden duren alvorens het mechanisme weer op gang komt.   De TSH-bepaling kan als screeningsbepaling bij patiënten die niet bekend zijn met schildklierziekten gebruikt worden. Een normale TSH-concentratie sluit een schildklierfunctiestoornis vrijwel uit. Een TSH boven de 6,0 duidt op een hypofunctie van de schildklier, de TT4 of FT4 zal vrijwel altijd verlaagd zijn. Een lage TSH met een lage T4 duidt op een secundaire of tertiaire hypothyroïdie (bij neonaten: CTDS = congenital thyrotropin deficiency syndrome). Een TSH < 0,1 µIU/l is bewijzend voor een hyperthyreoïdie. Om een goede differentiatie te krijgen is aanvullend onderzoek nodig.   Neonaten met een primaire hypothyreoïdie hebben vaak zeer hoge TSH (zie CHT-screening). In Nederland wordt ten behoeve van de CHT-screening eerst op TT4 gescreend en vervolgens op TSH (20 % laagste TT4 uitslagen). Door deze werkwijze worden ook CTDS-patiënten opgespoord (secundaire en tertiaire hypofunctie).   Deze TSH bepaling is niet geschikt voor neonatale screening in bloedvlekken.  Verhoogde waarden: onder andere bij primaire hypothyroïdie (oorzaak gelegen in de schildklier).  Verlaagde waarden: bij onder andere secundaire en tertiaire hypothyroïdie (oorzaak gelegen in resp. hypofyse en hypothalamus). Ingangsdatum:  Cobas 6000, electrochemiluminiscentie immunoassay sandwich principe. Zie SOP Cobas 6000.  Matrix:  Serum  Volume:  Bij de analyse gebruikte hoeveelheid monster 50 µL.  Frequentie:  Dagelijks   Voorbereiding:  NVT Afnamecondities:  KT Transportcondities:  KT