Go back to all articles

VCA IgG

Naam bepaling: VCA IgG  Eenheid: U/ml  Referentiewaarden: Negatief: < 20 U/ml Positief: > 20 U/ml  Klinische betekenis:   Het Epstein Barr Virus (EBV) is een humaan herpesvirus type 4 dat de ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) veroorzaakt. Het virus bevindt zich in de mond en keel en wordt via het speeksel (oraal-oraal contact) verspreid. Hierdoor wordt de ziekte van Pfeiffer ook wel de “kissing disease” genoemd. Epstein Barr virus infecties komen vooral voor beneden het dertigste levensjaar, met een piek rond de adolescentie en verlopen vaak symptoomloos, doordat het virus zich in een latente fase bevindt. Een acute infectie kan op oudere leeftijd leiden tot reactivatie van het virus bij tieners en jonge volwassenen, wat kan leiden tot verschillende ziekteverschijnselen. Vermoeidheid is het meest voorkomende ziekteverschijnsel gevolgd in sommige gevallen door keelpijn, keelontsteking, koorts, en klierzwellingen. De serologische diagnose van de ziekte van Pfeiffer houdt in het aantonen van specifieke antilichamen, IgM en IgG, tegen de Epstein Barr Virus. Serologisch diagnostiek binnen zeven dagen na het begin van de klachten is niet zinvol, omdat de testuitslag dan niet betrouwbaar is. EBV IgM antilichamen worden tijdens de infectie vroeg gevormd en hun aanwezigheid wijst op een recente infectie. De aanwezigheid van VCA-IgG (viral capsid antigen) antilichamen wijst op een recente dan wel een in het verleden doorgemaakte infectie. Bepalend voor de aanwezigheid van de antilichamen is de infectieduur waarbij ze gemeten worden. VCA-IgG antilichamen blijven levenslang aantoonbaar, terwijl VCA-IgM antilichamen binnen zes tot twaalf weken niet meer aantoonbaar zijn.     De serologische criteria voor een primaire EBV-infectie zijn:   IgM tegen VCA aanwezig; én IgG tegen VCA hoog of stijgend; én antistoffen tegen EBNA laag of afwezig.   Aanwezigheid van heterofiele antistoffen is in deze context een extra argument voor primaire infectie, maar deze bepaling is voor het vaststellen van een primaire infectie niet noodzakelijk.   Seroprofiel passend bij een doorgemaakte EBV-infectie:   VCA-IgM antistoffen afwezig; en VCA-IgG en EBNA antistoffen aanwezig (deze blijven levenslang aantoonbaar).   Op deze basisregel zijn er twee belangrijke uitzonderingen die met enige regelmaat voorkomen. Bij een klein deel van de patiënten is er sprake van persisterend VCA-IgM als seroconversie voor EBNA al is opgetreden. Dit wordt toch beschouwd als doorgemaakte infectie. Een enkele maal treedt geen seroconversie voor EBNA op. Als er bij herhaling sprake is van een seroprofiel waarin alleen VCA-IgG aantoonbaar is, wordt dit ook beschouwd als passend bij een doorgemaakte infectie.  Ingangsdatum:  LIAISON Classic analyser, chemiluminiscentie immunoassay (CLIA) Zie SOP LIAISON Classic SC035/LIA  LIAISON XL analyser, chemiluminiscentie immunoassay (CLIA) Zie SOP LIAISON XL SC052/LIAXL  Matrix:  Serum  Volume:  170 µl (20 µl materiaal + 150 µl dood volume)  Frequentie:  1x per week  Voorbereiding:  NVT Afnamecondities:  KT Transportcondities:  KT